Mensen hebben minder vertrouwen. Economie groeit niet hard.
nos.nl
De economie groeit niet veel. Dat is in de eerste drie maanden. De groei is maar 0,1 procent. Mensen geven wel geld uit. Maar de export is minder. Een bureau heeft dit gemeld. Vorig jaar groeide de economie meer.
Er is ruzie in maart. Daarom stijgen de prijzen. Benzine is nu duurder. Alle prijzen stijgen verder. Mensen kopen nog wel kleding. Zij kopen ook eten. Zij kopen minder voor vervoer.
Zij kopen minder benzine. Veel mensen zijn bang. Dat zegt een econoom. Hij denkt: het wordt erger. De export is nu klein. Nederland verkoopt minder machines. Zij verkopen minder voertuigen.
Dat gaat naar het buitenland. Mensen hebben minder vertrouwen. Dit vertrouwen is in april heel laag. Het was lang niet zo laag. Mensen denken slecht over de economie. Zij willen minder dingen kopen. Alles is duurder geworden.
Dit begon al in 2021. De lonen zijn iets omhoog gegaan. De kosten zijn ook omhoog gegaan. Veel mensen voelen de hoge prijzen. Zij hebben minder geld over. Dit kan de economie slecht maken.