Minister wil minder opvangplekken voor asielzoekers in Brussel.
vrt.be
Anneleen Van Bossuyt is minister. Zij is van de partij N-VA. Zij wil minder plekken voor asielzoekers. Deze plekken zijn in Brussel. De overheid betaalt deze plekken. Nu zijn er 2.000 plekken. Zij wil dat er 1.000 plekken zijn.
Zij wil de helft minder plekken. Er is een afspraak. De naam is "Brussels Deal". Men heeft de afspraak in 2022 gemaakt. De afspraak was voor tijdelijke hulp. Toen zijn veel asielzoekers gekomen. De minister wil deze afspraak bekijken.
De minister zegt: "Mensen gaan sneller uit de opvang." Zij vindt: "De overheid betaalt te veel." Zij wil geld sparen. De stad Brussel is het niet eens. De stad Brussel is boos. Zij zeggen: "Dit is niet goed." Er kunnen problemen komen in de stad.
Dan is er te weinig geld. Dan zijn er te weinig plekken. De stad Brussel zegt: "Meer mensen hebben hulp nodig." Zij willen meer geld van de overheid. Zij zeggen: "De minister moet zelf helpen." Nu staan er 1.127 mensen op een lijst. Zij wachten op een plek.
Dat is in mei. Een groep helpt vluchtelingen. Zij heten Vluchtelingenwerk Vlaanderen. Zij zeggen: "Minder mensen vragen nu hulp aan." "Maar het probleem is er nog." Zij willen dat de overheid blijft helpen. Dit is een discussie over geld.
Het gaat ook over de plekken in Brussel.