Oorlog maakt spullen duur. Iraniërs hebben het moeilijk.
nos.nl
De oorlog in Iran is moeilijk. De oorlog maakt alles duur. Mensen hebben minder geld. Prijzen van eten stijgen snel. Kip en rijst zijn nu duur. Telefoons zijn ook duur. Mensen kopen alleen wat nodig is.
Veel mensen hebben geen werk. Hun geld is minder waard. De regering krijgt minder geld. Amerika stopt de schepen. Olie kan niet weg uit Iran. Er komen ook minder spullen binnen. Dit maakt auto's erg duur.
Veel winkels zijn dicht. Studenten in andere landen betalen meer. Zij maken zich zorgen om familie thuis. Sommige scholen helpen studenten. Zij geven soms geld. Maar niet overal gebeurt dit. Mensen kopen goud.
Zo blijft hun geld meer waard. Niet iedereen heeft nog geld. Een man maakt auto's. Hij heeft nu weinig werk. De mensen in Iran zijn sterk. Ze vinden altijd een weg. Maar de oorlog duurt lang.
Het internet werkt slecht. Dit kost veel geld per dag. Bedrijven hebben last. Zij verliezen veel geld. Dit kan niet lang zo blijven. Misschien komen er protesten. Mensen zijn boos.
De prijs van olie stijgt. De oorlog heeft geen einde.