Oorlog treft Iraniërs in de portemonnee. Prijzen stijgen snel.
nos.nl
De oorlog doet veel pijn. De blokkade van de Straat van Hormuz ook. Iraniërs hebben minder geld te besteden. Prijzen van eten gaan snel omhoog. Soms stijgen prijzen op één dag. De Iraanse munt is minder waard. Dit maakt het leven duurder.
Studenten in het buitenland betalen nu twee keer zo veel. Gezinnen zijn bang voor de toekomst. Zij kopen minder spullen dan eerder. Veel mensen willen geld besparen. De financiële zorgen zijn groot. Jonge Iraniërs studeren in andere landen. Zij maken zich zorgen om hun familie thuis.
Sommige scholen helpen studenten. Zij geven bijvoorbeeld een lening. Of ze laten studenten later betalen. Dit gebeurt nog niet overal. De economie was al slecht voor de oorlog. Er waren sancties tegen Iran. Er was ook veel corruptie.
Mensen verloren hun baan. Hun spaargeld werd minder waard. De prijzen stegen met 50 tot 70 procent. Mensen proberen hun geld te beschermen. Zij kopen goud of zilver. Een automonteur zegt: "We hebben minder werk." Veel bedrijven sluiten hun deuren nu.
Autoprijzen zijn erg hoog. Mensen kopen alleen wat ze echt nodig hebben. Zij gaan bijna niet meer uit eten. Het internet is vaak uit. Dit kost de mensen veel geld. Bedrijven hebben hierdoor problemen. Vooral de middenklasse heeft het moeilijk.
Met het buitenland zaken doen kan bijna niet. Iraniërs zijn veerkrachtig en sterk. Zij zijn gewend aan moeilijke tijden. Als het zo doorgaat, houden zij dit niet vol. Experten denken dat er protesten komen. De situatie is erg lastig voor veel mensen.